De eigen slechte eigenschappen uitvergroot

Categories Narcistische ouder0 Comments

Ieder mens heeft zo z’n slechte eigenschappen, z’n mindere dagen en minpunten waar je niet trots op bent. Ieder mens maakt z’n fouten ten aanzien van een ander en doet wel eens iets waar die spijt van krijgt of al heeft. Een narcist weet dit. En laat hij hiermee nou een prachtige tool in handen hebben om jou neer te zetten als zondebok.

Het was bekend bij ooms en tantes hoe gefrustreerd ik kon zijn als jochie. De frustratie werd bovendien feilloos aangestipt. “Moet je hem nou zien. Zou er wat mis zijn met hem?” zei hij dan op een misselijkmakende toon en net luid genoeg zodat ik het ook kon horen. Dat ik vermoedde dat hij m’n speelgoed wederom had kwijt gemaakt en dat dit mij furieus maakte tegenover hem kon ik niet uitleggen aan familieleden. Het was voor mij alsof ik in een schaakspel zat, waarbij ik bij ieder potje alleen een koningin meekreeg om mee te winnen. Één tikje was genoeg om mij schaakmat te zetten. Dan ontplofte ik, moest naar boven want zo praat je niet tegen je vader, en een paar uur later begon het feestje gewoon opnieuw. Alsof er niets gebeurd was. Weer werd ik opgenaaid, m’n fouten werden weer aangestipt, m’n goede eigenschappen werden weggemoffeld, het ging aan de tafel over m’n fantastische broertje, Wouter werd nog eventjes benadrukt als kansloos en hoppa. Ik ontplofte weer. “Ga maar weer naar boven, Wouter. Je kan nog steeds niet normaal doen.”

Ik raakte er door de jaren heen aan gewend dat m’n slechte eigenschappen onder een vergrootglas werden gelegd. M’n fouten werden dat ook.

Slechte rapportcijfers, blijven zitten op school, dronkenschap, ontslag bij werkgevers: volgens mijn vader was ik een echte mislukkeling. “Geboren voor de goot,” noemde hij het.

En dan had ik ook nog veel te lange bakkebaarden, rare kleding, nooit geen cent te makken, vage vrienden en ik viel op mannen. Volgens hem was dat een bizarre cocktail, ideaal voor problemen. Ik hield echter voet bij stuk: mijn identiteit was m’n alles. Niemand kon mij dat afnemen. “Als een werkgever de bakkebaarden als argument gebruikt om mij af te wijzen bij een sollicitatie, dan werk ik liever voor een ander.” Mijn vader lachte me uit. Een kansloze mening vanuit een kansloze missie. Ieder mens breekt een keer wanneer die dag in dag uit geïnjecteerd wordt met vergif. Als de taalfouten altijd worden aangestipt in jouw jeugd, dan gaat een kind op een zeker moment denken dat hij niet kan schrijven. Hij maakt immers zoveel fouten. Een narcist laat je die conclusie zelf trekken, waarna die dit er ten volste in wrijft. En vanaf dan zal hij ieder taalfoutje aanstippen, met daarbij gemeld “Kijk, mij overkomt dat nooit.”

In het beeld van een narcist moet een kind in zijn pas lopen: het kind hoort te doen wat pappa zegt, want pappa zegt het. Loopt het kind niet in zijn pas, dan is het gedoemd te mislukken – totdat hij wel in zijn pas loopt. Om dit te bereiken heiligt het doel de middelen. Verdere logica bestaat er niet bij een narcist, de enige andere logica is dat zij handelen per situatie vanuit eigenbelang. Daardoor kan één en ander ontzettend tegenstrijdig worden. Om dit minder te laten opvallen wordt de focus vooral weerlegd naar de minpunten en fouten van een ander. Door de minpunten en fouten van een ander uit te vergroten, te overdrijven en aan te dikken blijft er weinig ruimte over om naar de fouten en minpunten van de aangever te kijken. Iedereen maakt fouten, behalve een narcist. Die maakt vanuit zijn beeld nooit fouten. Dus hij kan altijd naar de ander wijzen, en zal dat ook ieder moment wanneer het kan doen.

Buitengewone talenten

Behalve natuurlijk als het over hem moet gaan, wat hij vaak eist: dan heeft hij het graag over zijn buitengewone talenten, zijn ingenieuze oplossingen en zijn bijzondere innoverende visie. Hij associeert zich daarin met allerlei grootheden, waaronder zichzelf. Mijn vader praatte vroeger, ook wanneer wij ergens op bezoek waren, graag uren over zichzelf. Dat ging op een tempo alsof hij de jackpot had gewonnen in het casino: zo snel als dat daar kwartjes uitkomen, zo snel kwamen de woorden uit mijn vaders mond. Wanneer ik checkte wat hij dan vertelde, dan kwam het regelmatig voor dat hij ideeën vertelde die ik had verteld. Nieuwe handigheidjes die ik had uitgevonden op de pc werden naar voren gebracht alsof het allemaal uit zijn geniale brein kwam. Wanneer het vanuit mijn vaders mond over mij ging, dan kon het slechts op één manier positief over mij gaan: wanneer hij daar zelf belang bij had. Achteraf zag ik pas dat hetgeen ik fout deed of wat een slechte eigenschap van mij was werd uitvergroot, omdat mijn vader diezelfde eigenschap ook bezat. Of hij was er strontjaloers op en deed het zodoende af als slechte eigenschap, terwijl het in feite een goed iets was. Het gaf mij als kind het gevoel dat ik alleen maar iets fout kon doen.

In zekere zin klopt dat: bij een narcist kan je het nooit goed genoeg doen.

In 2008 verhuisden mijn ouders weer eens. Het was tijd voor een nieuw huis, vond mijn vader. Na veel gezeik werd er een nieuw huis op een kavel gebouwd, “Nieuwbouw levert het meeste rendement op”, m’n moeder mocht de inrichting doen. Aanvankelijk koos ze een stortdouche in één van de badkamers, last-minute koos ze toch voor een normale douche. Dat zei althans m’n vader tegen mij. “Dat mokkel, die moeder van je, kan nooit normale beslissingen maken. Lachwekkend om te zien, maar nu moest dat hele bouwplan aangepast worden!” Dit werd mij tussen neus en lippen door gezegd. Wanneer ik m’n moeder later sprak over de badkamer zag ik alleen maar dat ze in de zevende hemel was, want ze had een mooie badkamer.

Slachtofferol

Achteraf merkte ik dat bepaalde daden van mij achter mijn rug om enorm waren uitvergroot tegenover familie en vrienden. Vanuit een slachtofferrol van m’n ouders of met een terechtwijzende vinger richting en over mij. Alsof het nooit goed zou komen met mij, want ik begreep niets van het leven. Alsof het nooit goed zou komen met mij, want ik was al zo vaak ontslagen en kon nooit lang ergens blijven bij een bedrijf. Alsof het nooit goed zou komen met mij, want ik hield mij met allerlei zinloze activiteiten bezig. Alsof het nooit goed zou komen met mij, want ik zocht niet de juiste hulp: de juiste hulp moest gevonden worden met hulp van mijn ouders. Alsof ik niets kon, want mijn vader trof zoveel tekstfouten aan in m’n teksten online. Om er dan achter te komen dat mijn vader mij ziet en omschrijft als een misdadiger, een gevaarlijke gek, iemand die niet spoort en in een waan leeft: dat voelt niet fijn. Op dat moment zelf niet althans, nu denk ik: alles wat hij zegt, gaat over hemzelf. Het is alleen maar projectie vanuit zijn tekortkomingen. Dat is wat centraal staat, dat is waar het gedrag om draait, dat is waar de ogen op gefocust zijn.

Natuurlijk heb ik slechte eigenschappen. Mensen die ik vertrouw kennen die. Ik heb het er echter bewust online niet vaak vaak over: het is ultiem voer voor narcisten om er een vergrootglas op te leggen. Zo kan m’n vader nu aangeven tegenover iedereen dat ikzelf al toegeef slechte eigenschappen te hebben: ik geef mijn onkunde toe! Dan ben je inderdaad een enorme loser. Tegelijkertijd ben ik niet bang en ben ik ook online zoals ik in real life ben. De fout zo’n concrete slechte eigenschap online te zetten maak ik wellicht nog wel eens, ik heb hem heel vaak gemaakt in het verleden. Je gaat er als kind, en ook als jongvolwassene, niet vanuit dat je vader zo is. Nu weet ik beter, zoals wanneer mensen hun goede eigenschappen moeten benadrukken mijn haren al recht overeind staan. Zoiets als “Wouter, mij kan je vertrouwen!” of “Wouter, ik manipuleer nooit.” Ook wanneer mensen alleen maar de onkunde van een ander kunnen aanstippen, terwijl hetgeen wat voorbij komt klinkt als een conflict waarin zij geen enkele schuld hebben. Of wanneer iemand sec negatief praat over alles en iedereen en zichzelf heel zielig vind, maar tegelijkertijd weinig aan de situatie verandert. Mijn nekharen staan recht overeind in zulke situaties, mijn oren zijn gespitst, mijn ogen staan wijd open en vrij snel daarna weet ik of de ander is te vertrouwen. Ik hoef alleen maar op m’n gevoel te vertrouwen: een godsgeschenk. Dank je wel pa: je hebt mij beresterk gemaakt.

www.wouterspringer.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *