Het kopietje van zichzelf

Categories Narcistische ouder0 Comments


Urenlange discussies hadden mijn vader en ik vroeger thuis. Op een gegeven moment ging het niet meer om de inhoud, maar om ‘gelijk krijgen’. Wanneer mijn vader de discussie uiteindelijk verloor keek hij me venijnig aan en zei: “Jij wil altijd het laatste woord hebben, hè?”

In zijn visie was diegene die het laatste woord uitsprak dezelfde persoon als die gelijk had. Vele jaren later besefte ik pas dat het in het leven helemaal niet gaat over wie er wel of geen gelijk heeft. En alles winnen is ook maar saai. Wanneer ik terugdenk, dan valt het mij op dat de discussies ontstonden bij bepaalde fundamenten.

Hij dacht zo, dus het moest zo.

Datgene wat zijn wiskundeleraar ooit tegen hem had gezegd, zo was het als het ging over een wiskundig onderwerp. Tegenspraak, wat logisch is naarmate een kind zich verder ontwikkelt, werd niet geduld. Er was ook geen geduld voor. Mijn jongere broer en mijn vader hadden veel minder discussies. Net zoals mijn vader was mijn broer geniepig op de achtergrond bezig om zijn eigen eilandje in het gezin veilig te stellen. Het kind dat moest huilen en zich het eerst meldde bij mijn ouders was de zoon die geslagen of geschopt was door de ander, dus diegene moest straf krijgen.

Onrecht
Een redenering die mijn broer al op jonge leeftijd doorhad. Hij ging huilen, ik kreeg straf en hij stond dan met een gemene glimlach achter de rug van mijn vader. Toen hij op zijn zeventiende iemand de hersens had ingeslagen met een honkbalknuppel bij de hockeyclub meende mijn moeder dat ze een zoon had die niet tegen onrecht kon. Met een goede, bekende, advocaat van mijn vader werd de zaak afgewimpeld tot een paar jaar voorwaardelijke celstraf en een taakstraf. Moest natuurlijk wel binnen de gezinsmuren blijven allemaal, was slecht voor het imago. Mijn broer was met zijn taakstraf tevreden, want hij mocht oude stoeltjes slopen in het stadion. Dezelfde advocaat kwam later bij een grote hoorzitting met hooligans, waar mijn broer destijds bij hoorde, in Zwolle nog een keer opdraven. Vrijspraak.

Op latere leeftijd begon mijn broer meer op mijn vader te lijken: mensen móesten interesse tonen in zijn gezin en zijn werk – ook als hij geen interesse toonde in de ander, het ging alleen maar over targets, omzet, geld en hemzelf dan wel datgene wat met hem te maken had, wat hij allemaal al bereikt had en hij hemelde mijn vader op als diegene die hem had gered. Eén en al geblaat en gebral over en weer tussen die twee. Door mijn vader had mijn broer immers een fantastische baan waar die een goed zakcentje mee verdiende en vanuit die positie kon hij eindelijk zonder zijn alcohol- en drugsverslaving manoeuvreren door het leven. Vanaf dat moment deed mijn broer nog meer wat mijn vader ook had gedaan, qua levenswijze, visie, instelling en opvoeding. “Wij werden thuis met de harde hand opgevoed. Ach, daar wordt een kind hard en sterk van,” was zijn redenering tegenover een familielid.

Wanneer je zulke kopieën van jezelf creëert voorkomt dit dat zij zich ontwikkelen.

Het voorkomt dat kinderen boven jou uitstijgen, dat ze je zouden kunnen evenaren. Ze zullen je steeds minder gaan tegenspreken. En als ze jou toch al zien als de nieuwe Messias, dan zullen ze alles doen wat jij zegt. Dat kopietje is in essentie net zo zwak gemaakt op vroege leeftijd als dat de narcist ooit vroeger is gemaakt door iemand anders of anderen. Zo wordt het onderliggende trauma doorgegeven, met alle gevolgen van dien. De narcist zelf ervaart macht. Hij kan immers alles doen, hij wordt toch nooit tegengesproken of tegengehouden. Als hij zou zeggen dat de familieleden op hun kop moeten staan, dan zullen ze het automatisch doen. Vanuit angst of vanuit dat zij überhaupt niet meer beter weten. “Want hij zegt het.” Deze ervaringen zullen het narcisme alleen maar verder aanwakkeren in egocentrische vorm.

De kopietjes zijn op latere leeftijd ook de ideale marionet om zich te laten keren tegen diegene die het waagt op te staan tegen de tirannie. Waar de echte tiran mij niet meer kan raken kunnen anderen dat wellicht nog wel. Narcisten weten dat. Tevens hoeven ze zo voor bepaalde acties die marionetten uitvoeren geen verantwoordelijkheid te trekken, want hij of zij doet het toch? Het enige zusje waar ik af en toe mee app, appt mij nu regelmatig informatie waar ik aan kan zien dat het niet van een 16-jarige afkomt. Het is voor mijn gevoel ingefluisterd. “Je moet even zeggen dat dat erfelijk is,” kwam mijn kant op met erfelijke klachten die mijn moeder, wellicht zogenaamd, had. Mijn oom had haar er in ieder geval nooit over gehoord. “Zeg er effe bij dat het iets met je botten is.”

Typisch genoeg wordt er dan zo’n aandoening gemeld waar je weinig aan kan doen en waar een groot deel van de bevolking mee kampt. Iets onbelangrijks dus: men mag in het ziekenhuis absoluut niet de connectie gaan leggen tussen het misbruik en de mishandeling in mijn jeugd en de klachten van nu. Dat dit mijn leven zou verneuken interesseert hen geen fuck. Sterker nog: wanneer het ze lukt hebben narcisten – en psychopaten zeker – in zo’n geval hun moment waar ze van genieten. Het leed van een ander, ze lachen zich er rot om.

Wassen imago
Tamelijk lachwekkend vind ik het worden wanneer ik mij realiseer dat mijn lichamelijke klachten niet zoveel te maken hebben met mijn botten, maar typerend zijn de organen waar ik last van heb: die organen bevinden zich in het gebied waar ik tig keer ben misbruikt en mishandeld. Ten slotte zullen de marionetten net zoveel moeite doen om het wassen imago hoog te houden, want anders valt hun eigen leven ook in duigen. Zo bazuint de mening rond in Deventer, waar ik vandaan kom, dat ik ruzie heb met mijn gehele familie. Ach, mijn familie weet wel dat de situatie iets genuanceerder ligt. Vergeet niet dat dit conflict er door mij komt, want ik heb dat boek geschreven en voor de rest natuurlijk de andere argumenten die ik al noemde in een andere gastblog: alles komt door Wouter.

Je vraagt je wellicht af waarom zij zich nog met mij bemoeien. Waarom ze mij niet loslaten. Het is heel simpel: ‘het poppetje’ doet nog steeds niet wat zij willen. Aangezien ‘dat poppetje’ opstandig amok maakt met verhalen en een boek moet hij nu gewroken worden. Narcisten beschouwen zichzelf als de meest belangrijke persoon van het universum, dus hen mag je niet kwetsen. Zij spelen hun leven lang een schaakspel en willen altijd, in ieder situatie, winnen.

Schaakmat staan ervaren zij als bijzonder kwetsend.

Zij vinden dat zij bovenaan staan, boven iedereen: zij mogen alles, anderen mogen niets. Je mag alleen luisteren. “Jij moet luisteren, want ik ben je vader.” Bevelen opvolgen. “Als ik tegen je zeg dat je je waffel moet houden, dan doe je dat. Begrepen?” Waag het niet je te keren tegen de tirannie, zoals je eigen leven oppakken, een eigen mening ventileren en doen wat jij leuk vindt. “Je vader heeft je gemaild met wat tips voor je bedrijf. Het is goed bedoeld!” Dan ben je geen kopietje van hen, waarop de drang omslaat naar obsessie. Het zal, het moet zo zijn, kostte wat het kost, dat “het poppetje” moet doen wat zij willen. Punt. Er ontstaat kortsluiting in zo’n hoofd. Het is voor een narcistische vader niet te matchen dat zijn kind zich zelfstandig ontwikkelt. Dat kan niet. Dus wat hij ook doet, gaat doen, bereikt, gaat bereiken, wie hij ook is, wie hij ook zal zijn, wat voor potentie hij ook heeft of al laat zien: het wordt afgedaan alsof het geen reet voorgesteld. Dat mijn uitgever is bedreigd door hem doet niet ter zake voor zo’n persoon.

Alles wat de narcist doet is geoorloofd: het doel heiligt de middelen. En als de middelen meedogenloos moeten zijn, dan zal het zo gebeuren.

Welkom in mijn leven: ik ben blij dat ik anders kijk naar mensen. Ik ben geen kopietje van iemand, ik ben wie ik ben. Mijzelf. En daar is er gelukkig maar één van!

www.wouterspringer.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *